Anatomie van de musicus · Techniek en performance
Drums en percussie
Geïllustreerd boek, 230 pagina’s.
Marc Papillon Éditions – 2021
Het boek
Beter visualiseren en voelen
Voorwoord door Franck Agulhon

In de dagelijkse praktijk van een musicus is het lichaam een werktuig ten dienste van de muzikale expressie.
Het draagt de muzikale keuzes en intenties van de kunstenaar. Het is de eerste schakel tussen zijn gedachten en de klanken die aan het einde van het proces ontstaan.
Die verbinding kan verstoord worden door allerlei spanningen, zowel mentaal als spierspanning.
De “perfecte” beweging vraagt om een subtiele afstemming tussen geest en lichaam.
Met andere woorden: een volmaakte symbiose tussen waarneming, intentie en uitvoering.
Een instrument leren bespelen kost veel tijd, zodat het spel vloeiend en expressief wordt.
Het oor van de musicus analyseert het moment en stuurt de informatie naar de hersenen, die vervolgens de ledemataten die bij de instrumentale beweging betrokken zijn “aansturen”.
Uit die beweging ontstaat klank. Uit die klank, en uit de klanken die eraan voorafgaan of erop volgen, ontstaat muziek.
Bij dit fenomeen spelen veel factoren een rol:
Ademhaling – Stress – Mentale voorbereiding – Functionele fysiologie – Fysieke vermogens – Spiergewaarwordingen – Spanning – Ergonomie – Houding aan het instrument…
Na al deze fenomenen voor andere instrumentfamilies schitterend te hebben verkend en uitgelegd, richt Marc Papillon zich in dit boek tot drummers en percussionisten.
Afhankelijk van de muziekstijl of de context kan de “rol” van de drummer sterk verschillen.
Het vereiste vermogen, de verfijning van de frasering, de ritmische precisie, de onafhankelijkheid en de coördinatie zijn vaardigheden van de drummer die allemaal een grote beheersing van het lichaam vragen.
Bovendien is het drumstel een instrument waarbij alle vier de ledematen betrokken zijn.
Voor een drummer hangt de door Xavier Gagnepain omschreven choreografie van het gemak af van een groot aantal factoren.
De zit op de kruk en de hoogte ervan – Het vasthouden van de stokken – De opstelling van de trommels en bekkens – De beheersing van ademhaling en stress – De stand van de rug – Het samenspel van polsen, onderarmen, armen en schouders – Het loslaten na elke slag – De plaatsing van de voeten op de pedalen – De enkels…
Al deze factoren hangen uiteraard samen met de lichaamsbouw van elke drummer.
Het lijkt me dan ook essentieel om je eigen lichaam te kennen, en de verschillende spiergroepen die bij het drummen betrokken zijn.
Zonder enig dogmatisme wil Marc Papillon ons met dit boek helpen de fysieke uitdagingen beter te begrijpen en beter waar te nemen, zodat iedereen de klachten kan vermijden die maar al te vaak met intensief drummen gepaard gaan: allerlei peesontstekingen, rugpijn, nekpijn, lage rugpijn…
De helderheid van de uitleg en de relevantie van de illustraties zullen, daar ben ik zeker van, iedereen in staat stellen zich van elke spanning te bevrijden en tegelijk zowel snelheid als muzikaliteit te verbeteren, door die ongelooflijke vergelijking in evenwicht te brengen die beweging met muziek verbindt.
Franck Agulhon – Drummer en docent
Voorwoord door Laurent Bataille

“Float like a butterfly, sting like a bee”
Deze uitspraak van Muhammad Ali, die de grote Roy Haynes zelf voor mij ontcijferde, waarbij hij net als Miles Davis een vergelijking trok tussen de drummer en de bokser, komt vaak terug in mijn lessen, of wanneer ik leerlingen van alle leeftijden en niveaus swing of groove op het drumstel probeer uit te leggen: “Float like a butterfly, sting like a bee!” (Zweef als een vlinder, steek als een bij!)
“Float like a butterfly, sting like a bee!” Voor mij drukt dit althans gedeeltelijk uit waar drummers naar zouden moeten streven, idealiter met een echt besef van hoe ze hun lichaam optimaal gebruiken. Ritme voelen is één ding; dat gevoel vertalen is iets anders. Aan het einde van een lange leerweg zou de drummer, het ware hart van de band, naar mijn mening een soepel en dynamisch geheel moeten belichamen, dat lichtheid of kracht verenigt met een stevig fundament, rust met energie, precisie met snelheid, en dat zonder ooit de muziek te vergeten die hij begeleidt of creëert… Dus toen op een dag een Papillon (Frans voor vlinder) bij mij aanklopte, aanbevolen door een oud-stagiair die ik had begeleid voor het staatsdiploma van muziekdocent en die had gezien hoe ik met leerlingen werk, was dat beslist geen toeval! Of toch? Maar Marc Vlinder, die het me zal vergeven dat ik met zijn achternaam speel, kwam niet alleen om mij te vragen een voorwoord voor zijn nieuwste boek te schrijven. Zonder enige bekeringsdrang, al deelt hij zijn ontdekkingen met zichtbare passie (met name zijn werk rond de preventie van dystonie), nam hij de tijd om mij het hoe en waarom van zijn werk en van zijn benadering uit te leggen, die hij in de eerste plaats ziet als fysiologisch preventief. In de loop van ons gesprek maakte hij mij onder meer bewust van het belang van bepaalde termen, en liet hij me zien hoe slecht gekozen of verkeerd gebruikte woorden echte schade konden aanrichten.
Een leerling vragen zijn schouders te “ontspannen”, of spreken over een “losse” pols, uitdrukkingen die veel docenten dagelijks gebruiken, blijkt inderdaad absurd om te beschrijven wat in werkelijkheid bewust moet worden gecontroleerd en “gehouden”, precies het tegenovergestelde van wat je zou kunnen opvatten als “loslaten” of “slap”.
Het is maar één voorbeeld, maar als één gesprek van 30 minuten al volstond om me te laten beseffen hoezeer mijn pezen eraan gewend waren mijn pols vast te houden (want dat is hun rol, zoals de vele geïllustreerde platen in het boek dat je in handen hebt duidelijk laten zien), stel je dan eens voor hoeveel dit boek kan betekenen voor wie op zoek is naar antwoorden en een methode om ademhaling, spiergeheugen of de ergonomie van de houding beter te beheersen, door de juiste zenuwinformatie te laten stromen voor elke beweging of microbeweging die het drummen vraagt, of die nu subtiel en zacht is of juist energiek en volgehouden.
Net als in de klassieke dans zullen drummers die op hun kruk bewegingen weten te maken die een bewegingsfysiologie respecteren die vanuit de schouders of het bekken vertrekt, mogelijke klachten voorkomen. We kennen talloze voorbeelden van zeer beroemde drummers wier “verwrongen” houding of zichtbaar stijve bewegingen best eens tot toekomstige pijn kunnen leiden. Het viel me op dat vrouwelijke drummers daarentegen vaak goed op hun bekken geplaatst waren en over het algemeen minder stijfheid vertoonden.
Hoe dan ook zal voor ieder van ons de juiste informatie voor een ondersteunde romp en een gecontroleerde beweging onnodige spanning voorkomen (sommige spanning is nuttig, maar slechts heel kort) en het werk optimaliseren dat nodig is om de ledematen te verplaatsen, terwijl frasering, coördinatie of het gewenste volume vlotter verlopen. Dit boek, gewijd aan elk belangrijk deel van ons lichaam (in beelden met verklarende tekst), een anatomie waar het drummen vaak op een gecoördineerde manier een beroep op doet, zal ongetwijfeld ieders blik scherpen en, zoals bij mij, een heilzame bewustwording teweegbrengen, ongeacht het niveau van de lezer.
Al mijn dankbaarheid aan Marc Papillon voor dit doordachte werk, waar ongetwijfeld velen baat bij zullen hebben, en hartelijk dank voor het vertrouwen om mij dit tweede voorwoord toe te vertrouwen.
Laurent Bataille – Drummer en docent
Bestel het boek
Anatomie van de musicus
Geïllustreerd boek, 230 pagina’s.
Marc Papillon Éditions – 2021

